|
PENTERBAK INHOUD WAPEN BLAD 3 BLAD 4 BLAD 5 BLAD 6 |
Het Amsterdamsche Wapen
Paltrokwagenschotzager te Amsterdam
1650 - 1862
De overring, de kotbalken en de sleutelbalk.
De basis van het draaiende deel van de paltrokmolen wordt als eerste gevormd door de overring. Bij de bovenkruiers begint hier de opbouw van de kap, maar bij de paltrokmolen moet de gehele constructie vanaf de overring worden opgebouwd. De overring van de paltrok wordt niet veel anders geconstrueerd dan die van de molenkappen. Alleen is de belasting van beide ringen wel weer anders zoals eerder beschreven.
Op de detailfoto hieronder is duidelijk te zien hoe de segmenten aan elkaar zijn bevestigd. Met een stevige pen en lippen verbinding is deze las verankerd door houten toognagels. Het aantal segmenten bedroeg veelal een stuk of 8 à 9 en hing af van de beschikbare eiken delen. Ook werd gebruik gemaakt van de natuurlijke kromming in de hiervoor uitgezochte delen. Wel werd voorkomen dat de lassen samenvielen met passerende delen als voeghouten of kotbalken. ( De kotbalken van de paltrok zijn te vergelijken met de voeghouten bij een kap).

Detail van de overring.
De nagels zijn 1.4 mm dik. Bamboe cocktailprikkers als houten nagels maar dan nog dunner geschuurd.

De 'fundering' van het gaande werk.
De overring ligt opgesloten op de malplaat met de sleutelbalk in het midden en de kotbalken aan weerszijden. De drie balken moeten nog aan alle kanten worden afgewerkt maar de vierkante gaten voor de kotstijlen zijn al ingehakt. Ook zullen er nog dwars- en langsbalken tussen worden geplaatst om de kotvloer dicht te kunnen leggen.
|
PENTERBAK INHOUD WAPEN BLAD 3 BLAD 4 BLAD 5 BLAD 6 |