terug naar inhoudsopgave     terug naar modelbouw

De Zandwijkse Molen

Wipwatermolen van de voormalige polder "Uppel en Zandwijk" te Almkerk. 1699.


Wie het boek "De Brabantse Molens" op zijn boekenplank heeft staan heeft ook de tekening van het volgende model. Achterin dit provinciale molenboek zitten twee uitvouwplaten waarvan één de Zandwijkse molen is. In juli 1969 getekend door J. den Besten. Op de eerste foto's zie je wat fragmenten van deze tekening.

Na de bouw van de twee snuifmolens  besloot ik de Zandwijkse wipmolen te gaan bouwen. De tekening laat vrijwel niets te wensen over en met behulp van enkele detailfoto's in het boek zeer goed te lezen. De tekening werd voor de bouw  vergroot naar de juiste schaal van 1 : 50.  In het begin van de bouw ben ik naar Almkerk gereden en heb er twee fotorolletjes volgeschoten met details van de buitenkant.

Ik sprong met de bouw van dit model een beetje in het diepe. Ervaring met molens had ik nauwelijks en contact met molenaars evenmin. Ik moest dus op de tekening vertrouwen.  Bouwvolgorde, houtverbindingen, de namen van alle onderdelen,daar had ik nog geen kaas van gegeten. Ik moest eerst wat molenboeken openslaan voor wat zelfstudie.

Langzamerhand werd het een en ander duidelijk en begon ik met de bouw van het model. Geen voorgekauwde modelbouwdoos.


zandwijkse ondertoren

De ondertoren op de bouwtekening.

Hoekstijlen, mantelbalken, kokerbalken en de onderzetel. Samen de ondertoren. Staand op de buwtekening. Het maken van de hoekstijlen is niet zo eenvoudig als het lijkt. Hoe verder de stijlen scheef gaan staan, des te  groter wordt de ruitvorm die de stijl heeft als je hem haaks doorsnijdt. Daarnaast lopen ze ook nog eens van breed onder naar smal aan de bovenkant.

 

zandwijkse kast

Het bovenhuis.

Het bovenhuis is vrij simpel. Alles valt in een rechthoekig blok. Alleen een paar schuine weegbanden en de ronde kapspanten vergen wat meer aandacht.

 

zandwijkse ruwbouw

De krimpmuur en de fundering.

De fundering met daarop het ondertafelement of de muurplaten. Daar bovenop staat de ondertoren. Op de eerste balklaag, de kokerbalken, rust de koker. Een 8 kante holle eikenhouten buis waar de spil doorheen loopt.  Deze spil brengt de aandrijving van de bovenwielen naar het waterwiel in de ondertoren over.  Bovenaan de koker is de bovenzetel bevestigd. Hierop draait en rust het bovenhuis.  De staartbalk is gestoken en de bekleding van de kap en borst geven de molen al een heel ander uiterlijk. De fundering verdwijnt tot aan de deurdorpel onder de grond.

 

zandwijkse detail gaandewerk

Het bovenhuis.

Een detail van het gaandewerk. De bovenas bestaat uit een stuk vierkantstaal met opgelijmde ribben. De askop is samengesteld uit messing hoeklijn en plaat, gesoldeerd en versterkt met kunsthars. maar zodanig bevestigd dat beide roedes van de askop gescheiden kunnen worden ivm transport. De vang is voorzien van een kneppel en een evenaar en werkt geheel naar behoren. De overbrenging van de vier wielen werkt als een horloge.

 

zandwijkse scheprad

Het scheprad.

Het scheprad is opgebouwd uit aluminium plaat. Zo dun dat elke schoep omgevouwen flenzen heeft. Ook het sintelstuk en de velgen zijn van aluminium en verlijmd met secondenlijm. Het waterwiel in de toren is ook nog goed te zien.

 

zandwijkse rietdek

Rietdek van varkenshaar.

De rietafwerking is hier bijzonder goed geslaagd. Het is een stuk fijner dan het haar van die kokosborstels. Dit keer is het varkenshaar van een dikke blokwitkwast. Met plukjes tegelijk aangebracht en met contactlijm vastgezet op een stel filnterdunne rietlatten. Steeds een halve lengte overlappend. Daarna gecoupeerd met een nagelschaartje. Ook de details boven de deur en het raam konden zo perfect worden nagemaakt. Bewust zijn steeds twee wegen of velden niet bekleed zodat een complete inkijk mogelijk is , maar ook een aanzicht van een volledige molen kan worden gegeven.

 

model zandwijkse molen

Het eindresultaat van een aantal jaren geleden. Ondertussen heeft dit model een verweerde look gekregen op het riet en is de molen anthracietzwart geverfd. De kleur van een verse teerlaag.

Dit model is ook alweer heel wat jaartjes van huis geweest. Vlak na de bouw heeft het een half jaar lang in de VIP- room van luchthaven Schiphol  gestaan. De koninklijke wachtkamer. Een tijdje daarna verhuisde het naar de expositieruimte van Gemaal de Hooge Boezem achter Haastrecht. Eigenlijk voor een half jaar, maar het werden er 6! Maar onder een grote glazen kap stond ie me daar best, en genoot het van de publieke belangstelling. Toen molen de Adriaan in Haarlem gereed kwam is het model teruggevorderd omdat hier een definitieve stalling werd gecreeerd.  Hier staat het nu nog steeds.

Ondertussen is er door Koos de Groot, molenaar van de Adriaan ook een model van de Zandwijkse molen gebouwd. Deze heeft een schaal van 1: 25 en is dus twee keer zo groot. Maar omdat Koos een man van het metaal is moet u eens gaan kijken hoe fantastisch dit model is afgewerk. Vooral het scheprad is een juweel.  Standplaats: molen de Adriaan , Haarlem.

terug naar inhoudsopgave     terug naar modelbouw